Eigenmodus · stap 02

BegrijpenVan wat je zag naar wat mogelijk meespeelt.

Je hebt een situatie concreter gemaakt. Nu onderzoek je welke factoren die situatie mogelijk begrijpelijker maken. Niet om meteen dé oorzaak te vinden, maar om één of meer werkhypothesen te formuleren die je later kunt toetsen.

Begrijpen betekent mogelijke verklaringen onderzoeken zonder ze te vroeg als waarheid vast te zetten.

mogelijkheden onderzoeken

Hetzelfde gedrag kan verschillende verklaringen hebben.

Twee keer uitstellen kan er van buiten hetzelfde uitzien, terwijl er iets anders meespeelt. De ene keer is de eerste stap onduidelijk, de andere keer zijn er te veel keuzes, weinig energie, afleiding, spanning of een ongunstige context.

“Ik stel uit” is daarom nog geen verklaring. Het is informatie die verder onderzocht kan worden.

01

Drempel

Wat maakt beginnen of doorgaan lastig? Is de eerste stap onduidelijk, de taak te groot of het eindpunt niet helder?

02

Belasting

Wat vraagt de taak op dit moment aan aandacht, werkgeheugen, schakelen, energie, tijd of herstel?

03

Betekenis

Wat doet de taak emotioneel of motivationeel? Voelt ze saai, spannend, belangrijk, onzeker of overweldigend?

04

Context

Welke omstandigheden veranderen de uitvoerbaarheid? Denk aan tijdstip, prikkels, andere mensen, omgeving, hulpmiddelen of eerdere belasting.

Formuleer iets dat je kunt onderzoeken.

Niet: “Ik kan gewoon niet plannen.”

Ook niet meteen: “Dit komt door ADHD.”

Wel bijvoorbeeld: “Misschien valt mijn planning vooral uit zodra ik opnieuw moet prioriteren na een onverwachte verandering.”

Zo’n werkhypothese blijft voorlopig, beschrijft één concrete mogelijkheid en geeft richting aan wat je in de volgende stap kunt veranderen.

Wat spreekt vóór én tegen je hypothese?

Als je denkt: “Misschien is de eerste stap te onduidelijk”, zoek dan niet alleen voorbeelden die daarbij passen.

Vraag ook wanneer starten wél lukt terwijl de eerste stap even onduidelijk is, of wanneer de eerste stap volledig duidelijk is en het alsnog niet lukt.

Dat helpt voorkomen dat één plausibele verklaring automatisch dé verklaring wordt.

Houd meerdere mogelijkheden open.

  • Is duidelijk wat “klaar” betekent?
  • Weet ik wat de eerste zichtbare handeling is?
  • Vraagt deze taak veel keuzes tegelijk?
  • Hoeveel aandacht en energie zijn er beschikbaar?
  • Welke rol spelen spanning, verveling, betekenis of verwachtingen?
  • Welke invloed hebben tijdstip, omgeving of andere mensen?
  • Wat is anders op momenten waarop het wél lukt?

Begrijpen is niet hetzelfde als goedpraten.

Een verklaring verandert niet automatisch je verantwoordelijkheid. Ze helpt vooral bepalen waar invloed mogelijk is.

Soms betekent dat de omgeving aanpassen of ondersteuning toevoegen. Soms een vaardigheid oefenen, een grens accepteren of alsnog iets doen dat moeilijk blijft.

Probeer vandaag

Neem één situatie uit Opmerken. Maak drie keer deze zin af: “Misschien werd dit lastiger doordat…” Noteer per hypothese één aanwijzing vóór en één aanwijzing tegen. Meer hoeft nog niet.

De planning uit stap 1.

Je merkte op dat de weekplanning uit beeld verdween zodra één taak uitliep.

Mogelijke werkhypothesen:

  • de planning biedt te weinig ruimte voor afwijkingen;
  • opnieuw prioriteren vraagt te veel nieuwe keuzes;
  • een afwijking wordt snel ervaren als “de planning is mislukt”;
  • er staan te veel taken tegelijk zichtbaar.

Je hoeft nog niet te weten welke verklaring waar is.

In Bouwen kies je één kleine aanpassing die nuttige informatie kan opleveren over een werkhypothese.

Helpt die aanpassing, dan weet je meer. Verandert er weinig, dan is dat ook informatie en kun je opnieuw kijken.

Verder naar Bouwen

Je hoeft de oorzaak nog niet gevonden te hebben.

Een bruikbare werkhypothese is genoeg om verder te gaan.

Verder naar Bouwen