Eigenmodus · stap 01

OpmerkenEerst zien wat er gebeurt.

Wanneer iets vastloopt, is de eerste vraag niet meteen: “Waarom ben ik zo?” Begin kleiner: wat gebeurde er precies, wanneer, waar, wat deed je en wat gebeurde ervoor en erna?

Opmerken verandert een algemeen oordeel in informatie die je kunt onderzoeken.

eerst waarnemen

Een conclusie klinkt duidelijk, maar kan nog weinig vertellen.

“Ik stel altijd uit” zegt nog niet welke taken lastig zijn, op welke momenten dat gebeurt, wat eraan voorafgaat of wanneer hetzelfde juist wél lukt.

Door eerst te beschrijven in plaats van verklaren, voorkom je dat je eerste gedachte automatisch de waarheid wordt.

01

Gebeurtenis

Wat gebeurde er concreet? Wat deed je, wat gebeurde er om je heen en wat was zichtbaar of merkbaar?

02

Context

Wanneer en waar gebeurde het? Denk aan tijdstip, omgeving, andere mensen, prikkels, materiaal of eerdere belasting.

03

Verloop

Wat gebeurde vlak ervoor, tijdens en erna? Juist de volgorde kan helpen om de situatie beter te begrijpen.

04

Verschil

Wanneer ging iets vergelijkbaars juist anders of makkelijker? Uitzonderingen kunnen laten zien welke omstandigheden mogelijk helpen.

Wat zag je — en wat maakte je ervan?

Interpretatie: “Ik had geen motivatie.”

Meer observeerbaar: “Ik zat twintig minuten voor mijn laptop, wisselde tussen drie tabbladen en begon niet aan het document.”

Interpretatie: “Planningen werken bij mij niet.”

Meer observeerbaar: “Toen dinsdag één taak uitliep, wist ik niet wat ik moest verschuiven en keek ik daarna niet meer naar mijn planning.”

Je hoeft niet alles te registreren.

Opmerken is geen opdracht om ieder detail van je dag vast te leggen. Je zoekt alleen genoeg concrete informatie om één situatie beter te kunnen onderzoeken.

De bedoeling is observeren, niet een vragenlijst perfect invullen.

Kijk klein genoeg om iets te kunnen zien.

  • Wat wilde ik precies doen?
  • Wat gebeurde vlak ervoor?
  • Wat deed ik daadwerkelijk?
  • Wat merkte ik aan aandacht, energie, spanning of prikkels?
  • Wat gebeurde daarna?
  • Wanneer ging iets vergelijkbaars wél makkelijker?

Opmerken is nog geen diagnose of verklaring.

Je hoeft nu nog niet te besluiten dat iets door ADHD, motivatie, perfectionisme, vermoeidheid, overprikkeling of iets anders komt. Dat kan later een mogelijke verklaring worden.

Eerst verzamel je voldoende informatie om in de volgende stap gerichter te kunnen onderzoeken wat mogelijk meespeelt.

Probeer vandaag

Kies één lastig moment. Schrijf drie regels: ervoor — wat gebeurde vlak vooraf? tijdens — wat deed of merkte ik? erna — wat gebeurde vervolgens? Stop daarna.

Van “ik kan niet plannen” naar iets onderzoekbaars.

Algemene conclusie: “Planningen werken bij mij nooit.”

Opmerken: “Ik maakte zondag een planning voor de hele week. Dinsdag liep één taak uit. Daarna wist ik niet wat ik moest verschuiven en keek ik niet meer naar de planning.”

Nu ontstaat een betere onderzoeksvraag.

Je weet nog niet waarom dit gebeurde. Maar je kunt wel gerichter onderzoeken: “Wat maakt bijsturen na een verandering hier lastig?”

Dat is het vertrekpunt voor stap 2: Begrijpen.

Verder naar Begrijpen

Je hoeft nog niets op te lossen.

Eén situatie die concreter is geworden, is genoeg om verder te gaan.

Probeer het met één situatie